Op 20 oktober 1936 kapseist het stoomschip "Van der Wijck" van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij onderweg van Soerabaja naar Semarang. Aan boord bevonden zich Rienk en Amp Kamer. Op internet is een beperkt aantal bronnen gevonden, verder is er een krantenartikel uit het archief van de familie Kamer en een brief van dhr. Driessen aan zijn dochter Amp. Recent zijn ook enkele voorpagina's van de Telegraaf uit oktober 1936 toegevoegd. De voorpagina van de 20ste oktober wordt bijna geheel gevuld met berichtgeving over de ramp. Kop en artikel zijn bovenaan de pagina opgenomen. In september 2009 komt uit het archief van Marnel nog een schrijven van Rienk ter beschikking.

De Koninklijke Paketvaart Maatschappij (gespeld met één k in het woord pakket) werd in 1888 opgericht en onderhield aanvankelijk de verbindingen tussen de eilanden van het toenmalige Nederlands Oost Indië. Later werden de diensten uitgebreid naar Australië, Zeeland, China, Japan en Zuid-Afrika. De maatschappij begon in 1891 met 29 schepen en had bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog 140 schepen in de vaart. Deze varieerden van kleine vrachtschepen tot grote passagiersschepen waaronder de Boissevain, Ruys en Tegelberg. In de oorlog verloor de maatschappij 98 schepen.

Na de Eerste Wereldoorlog liet de KPM vijf nieuwe passagiersschepen bouwen waaronder de "Van der Wijck". Dit schip werd in 1921 gebouwd bij de rederij Maatschappij Fijenoord in Rotterdam en had een tonnage van 2.596 ton. Het schip had een breedte van 13,5 meter en was ruim honderd meter lang. Vanwege het rustige vaargedrag van het schip had het de bijnaam "de meeuw" gekregen.

Op 20 oktober was het schip vertrokken van Bali, via Soerabaj naar Semarang in Java. Aan boord waren 226 personen, 187 inlanders en 39 Europeanen.Tellingen verschillen per bron. In de Schuttevaer worden 27 salon- en 86 dekpassagiers genoemd. De Telegraaf meldt 22 volwassen Europeanen en vijf kinderen. De bemanning bestond uit de gezagvoerder, 11 officieren, de marconist, de hofmeester, 5 klerken en 80 inlandse bemanningsleden.

Routes die de KPM onderhield:

  • JAL Java - Australië Lijn (1908)
  • JSL Java Siam Line (1910)
  • Deli - Rangoon Lijn (1915)
  • Java - Singapore - Deli
  • SNJL Saigon - Java - Noumea Lijn (1928)
  • SPL Zuid Pacific Line
  • OJAL Orient - Java - Afrika Lijn
  • Java - Mauritius - Afrika Lijn (1932)
  • SML Saigon - Menado Lijn
  • BAL Bangkok Afrika Lijn
  • SAL Zuid Atlantic Lijn
  • DSCL Deli - Straits - China Lijn (1915)

Het verslag van de ramp is voor een groot deel terug te halen uit het krantenartikel uit het archief van de familie Kamer. Het artikel is gedateerd 30 oktober 1936, de krant zelf wordt niet genoemd. In dit artikel wordt dhr. A.M. Schoevers geïnterviewd (afgebeeld op de foto hiernaast).

Het schip zou oorspronkelijk om vijf uur vertrekken, maar omdat er nog veel lading aan boord moest vertrok het schip uiteindelijk pas rond negen uur, kwart over negen. Bij vertrek en ook later merkte dhr. Schoevers niets bijzonders op. Tegen één uur werd hij om onverklaarbare redenen wakker. Hij hoorde een geluid van stromend water en ging zijn bed uit om de patrijspoort te sluiten. Eenmaal uit bed begon het schip plots sterk te hellen naar stuurboord. Hij verliet zijn hut om naar het dek te gaan. Daar zag hij dat het promonade dek aan stuurboordzijde bijna gelijk hing met het water. Het schip lag nagenoeg stil en het geluid van stromend water bleek binnenstromend water te zijn. Dhr. Schoevers begreep dat het schip verloren was en haastte zich terug naar zijn hut om zijn reddingsboei te halen.

Terug naar het dek ontmoette hij in de gang twee officieren en een stuk of tien inlandse bemanningsleden die op weg waren naar de sloepen. Hij sloot zich bij hen aan. Van andere passagiers was geen spoor te bekennen. Men ging aan bakboord een sloep neerlaten. Het schip hing steeds schever en al spoedig stond hij in het water. Dan zinkt het schip geruisloos naar de diepte en komt hij in het water terecht. Dit verslag stemt overeen met de aantekening op de website worldshipsocietyrotterdam.nl, waarin gezegd wordt dat het schip binnen een kwartier zonk.

Niet lang daarna klampte Amp Kamer zich aan hem vast. Zij had geen reddingsboei kunnen bemachtigen. Omdat er overal in zee reddingsboeien ronddreven kon hij er spoedig één voor haar bemachtigen. Later voegde zich nog vier inlanders bij hen en een dame, mevr. Raaff, en gezamenlijk wisten ze een groot stuk drijfhout te grijpen. Amp had "vreselijke" brandwonden en dhr. Schoevers verhaalt dat zij geen klacht liet horen en zelfs haar best deed mevr. Raaff op te beuren.

Amp vertelde dat zij met Rienk en dhr. en mevr. Raaff naar het dek onderweg waren toen zij door een schok, samen met dhr. Raaff van de trap af vielen. Het was haar een raadsel hoe zij uiteindelijk in zee terecht was gekomen.

Een van de inlanders had verteld dat in dit gebied veel haaien zwommen wat de stemming behoorlijk drukte. Het was volkomen donker en men kon van de andere passagiers niets zien. Wel hoorde men af en toe het hulpgeroep. Het verloop van de tijd was in het donker en in het water moeilijk te volgen maar na ongeveer twee uur verschenen een viertal grote schepen. Een van de vier was waarschijnlijk de Plancius, de andere waren drie grote vissersprauwen. Hoe men ook riep, de drenkelingen werden niet opgemerkt en spoedig verdwenen de schepen weer uit zicht. Dit was een forse domper en vooral de inlanders hadden hier grote moeite mee. Dhr. Schoevers verhaalt: "… zag men in troostelooze stemming naar het daglicht uit". Mevr. Raaff riep af en toe om haar man, zonder resultaat en af toe hoorde men het hulpgeroep van het dochtertje van mevr. Hartman.

Toen het daglicht aanbrak zag men een vissersprauw die echter stampvol zat en de drenkelingen niet aan boord kon nemen. Ook de volgende vissersprauw passeerde en pas de derde prauw kon hen aan boord nemen. Dit was om ongeveer acht uur zodat de zeven drenkelingen zeven uur in het water hadden gelegen. Amp was volkomen uitgeput en werd op de bodem van de prauw gelegd en verbonden met klappervezel. Aan boord was ook kapitein Akkerman, gebroken door het verlies van zijn schip en verder een passagier die ernstig gewond was en veel bloed verloor. Kapitein Akkerman had geen idee wat de oorzaak was van het zinken van de van der Wijck.



20 oktober - avondeditie

Om ongeveer tien uur bereikten ze de wal. Het schip was vergaan op ongeveer 12 mijl voor de kust van Brondong, waar met ook aan land gezet werd. Dhr. Schoevers leent hier een auto en vertrekt naar Lamongan samen met mevr. Raaff, mevr. Hartman en haar dochtertje. Over Amp wordt hier niet meer verhaald. De redding van Rienk blijft verder buiten dit artikel. Uit de brief van dhr. Driessen, de vader van Amp, blijkt dat vrij snel nadat Amp en Rienk aan land waren gekomen zij elkaar hadden teruggevonden.

Uit het verslag van Rienk valt terug te lezen hoe hij zelf gered werd. Toen hij Amp en een andere dame in de reddigssloep hielp viel hij zelf uit de sloep toen het schip verder weg gleed. Ook Amp viel uit de sloep en raakte de schoorsteen waarbij ze brandwonden opliep. Na enige tijd rond gedreven te hebben zag Rienk een sloep vol met drenkelingen. Ondanks dat er geen plaats meer was werd hij aan boord geholpen. Later bleken er 52 mensen in de sloep aanwezig terwijl er plaats is voor ongeveer 35.
Rienk verhaalt verder niet hoe hij aan land is gekomen, wel dat hij tot in de ochtend op de sloep aanwezig was. Aan land gekomen hoorde hij dat Amp bij de geredden was. Zijn boodschap naar Amp dat hij het er ook levend van af had gebracht bereikte Amp niet zodat zij pas later hoorde van zijn redding.Rienk verhaalt verder niet hoe hij aan land is gekomen, wel dat hij tot in de ochtend op de sloep aanwezig was. Aan land gekomen hoorde hij dat Amp bij de geredden was. Zijn boodschap naar Amp dat hij het er ook levend van af had gebracht bereikte Amp niet zodat zij pas later hoorde van zijn redding.

Bijzonder in het artikel is ook het citaat "… het verhaal van een man, die geen oogenblik het hoofd verloren heeft, al schaamt hij zich voor zijn angst op de critieke oogenblikken niet." Het artikel sluit tenslotte met het overlijden van de marconist, Marinus Uytermerk. Hij overleed omdat hij tot het laatst toe op zijn post was gebleven in een poging de buitenwereld op de hoogte te stellen van de ramp die zich voltrok. Postuum ontving hij hiervoor een onderscheiding van Koningin Wilhelmina.

Over de slachtoffers van de ramp verschillen de mededelingen. Wikipedia noemt 4 doden en 49 vermisten, theshipslist.com vermeldt 58 overledenen. In de Telegraaf van 22 oktober noemt 42 inheemse vermisten. Onduidelijkheid over het juiste aantal slachtoffers onstond volgens ditzelfde artikel door de zogenaamde meevarende koelies. Dit zijn inlanders die het zelfde werk doen als bootwerkers, maar die niet op de lijsten van de bemanning worden genoteerd.

Op dezelfde dinsdag wordt het nieuws al wereldkundig gemaakt. Dhr. Driessen, vader van Amp, verneemt de ramp dinsdagmiddag in een hotel in Amersfoort. Hij schrijft de volgende dag (21 oktober) een emotionele brief aan Amp en Rienk, hiernaast opgenomen.

Enkele foto's ontleend aan reynaert.info.

 
De heer Schoevers, directeur van de Algemeene Volkscredietbank, die eveneens gered werd, bijzijn aankomst te Batavia.
Doornatte en uitgeputte inlandse schipbreukelingen, te Brondong aan wal gebracht.
Een hoop tafels, stoelen, zwemvesten en andere wrakstukken, welke bij Brondong zijn aangespoeld.
Mevr. Brandes en de heer Harmsen, twee geredden van het s.s. "Van der Wijck", op het punt te Brondong in een auto te stappen, waarmee ze naar Soerabaja werden vervoerd. Mevr. Brandes overleed 21 okt. 's avonds aan uitputting. De heer Harmsen heeft een zwaar verbrand gezicht.
Het s.s. "Van der Wijck" van de Kon. Paketvaart Maatschappij, dat in de nacht van 19 op 20 oktober, op weg van Soerabaja naar Batavia, aan de noordkust van Java, vijftien mijlen ten noorden van Tandjong Pakis, kapseisde en zonk.

Na de ramp werd een onderzoek ingesteld door de Indische Raad voor de Scheepvaart. Deze oordeelde uiteindelijk dat de ondergang te wijten was aan de open patrijspoorten aan stuurboord. Daardoor zou zeewater naar binnen zijn gelopen wat de stabiliteit van het schip ondermijnde. Ter ondersteuning van deze theorie werd ook gesuggereerd dat eerst een stoomleiding gebroken was waardoor door het lekkende water het schip licht slagzij maakte waarna het water door de patrijspoort kon binnendringen. De eerste stuurman, dhr. H.J.N. Hermse moest voor de tuchtraad verschijnen en men ontnam hem voor drie maanden zijn vaarbevoegdheid. De Officier van Justitie had negen maanden gevangenisstraf en twee jaar ontzetting uit het beroep van kapitein en stuurman geëist maar de strafrechter sprak hem vrij. De beschrijving van deze zaak is te vinden in het boek "Het vergaan van het ss Van der Wijck" door mr. E.A. Bik.

  Februari 2010. B.W. Lodewijks was gezagvoerder op de van der Wijck tot zijn pensionering in 1931. Zijn zoon liet door M. Heere op basis van een foto een pentekening maken. Zijn kleinzoon B. Lodewijks vond deze pagina en stelde de tekening ter beschikking. De tekening toont de van der Wijck met veel detail.

Geraadpleegde bronnen:
Krantenartikel van 30 oktober 1936 uit een onbekende krant.
www.worldshipsocietyrotterdam.nl
www.theshipslist.com
www.reynaert.info
www.nl.wikipedia.org
Telegraaf 20 okt. ochtendeditie en avondeditie,
21
, 22 , 23 en 24 oktober 1936
De Schuttevaer van januari 2007
kranteartikel, bron onbekend
verslag van Rienk en brief van dhr. Driessen

Opgesteld door Oskar Kamer, 16 januari 2009. Laatst gewijzigd 4 okt. 2009.

 

myspace visitors